My Uncle Ian
Er zijn inmiddels talloze boeken over Ian Fleming verschenen. Biografieën, bibliografieën, fotoboeken en studies hebben vrijwel ieder aspect van zijn leven en werk belicht. Toch blijft het bijzonder om het verhaal te lezen van iemand die hem persoonlijk heeft gekend. My Uncle Ian van James Fleming is zo’n verhaal. Het boek is klein van formaat, maar geeft een intieme blik op Ian Fleming als familielid en op de herinneringen die binnen de familie zijn blijven voortleven.
James Fleming, de zoon van Richard Fleming, was een neef van Ian. Hij groeide op binnen dezelfde familie en beschrijft in dit korte memoir niet alleen zijn eigen herinneringen aan zijn oom, maar probeert vooral een beeld te geven van de man achter de publieke figuur. Juist dat persoonlijke perspectief maakt My Uncle Ian anders dan veel andere publicaties over Fleming.
Achter de man van James Bond
Ian Fleming is vrijwel onlosmakelijk verbonden geraakt met James Bond. De schrijver van onder meer Casino Royale wordt vaak neergezet als de sigaretten rokende, martini drinkende gentleman die van snelle auto’s hield en een deel van zijn eigen levensstijl in zijn beroemdste creatie verwerkte. James Fleming laat echter zien dat er achter dat bekende beeld een veel complexer persoon schuilging.
Een interessant onderdeel van het pamflet is de vergelijking tussen Ian Fleming en James’ vader, Richard. Volgens James verschilden de twee broers sterk van karakter. Richard was in veel opzichten het tegenovergestelde van de flamboyante Ian: rustiger van aard en veel minder geïnteresseerd in de luxe, status en reputatie die zo vaak met zijn broer worden geassocieerd. Juist door Ian Fleming vanuit deze familiecontext te bekijken, ontstaat een persoonlijker en menselijker beeld van de schrijver achter James Bond.
Dat persoonlijke karakter komt ook mooi naar voren wanneer James terugkijkt op het lezen van de brieven van zijn oom. In Fergus Flemings verzameling The Man with the Golden Typewriter kreeg hij een veel uitgebreider beeld van Ian als schrijver en als briefschrijver. Voor James was die ervaring een openbaring. In de toon, woordkeuze en zinsbouw van Ian Fleming herkende hij soms de stem van zijn eigen vader.
There have by now been countless books published about Ian Fleming. Biographies, bibliographies, photographic books and scholarly studies have explored almost every aspect of his life and work. Yet there is something particularly special about reading the account of someone who knew him personally. My Uncle Ian by James Fleming is such an account. The book is small in size, but offers an intimate glimpse of Ian Fleming as a family member and of the memories that have lived on within the family.
James Fleming, the son of Richard Fleming, was Ian’s nephew. He grew up within the same family and, in this short memoir, does more than simply recount his own memories of his uncle. He attempts to offer a picture of the man behind the public figure. It is precisely this personal perspective that makes My Uncle Ian different from many other publications about Fleming.
Behind the man who created James Bond
Ian Fleming has become almost inseparable from James Bond. The author of Casino Royale, among other novels, is often portrayed as the cigarette-smoking, martini-drinking gentleman who enjoyed fast cars and incorporated elements of his own lifestyle into his most famous creation. James Fleming, however, reveals that there was a far more complex person behind this familiar image.
One of the more interesting aspects of the pamphlet is the comparison between Ian Fleming and James’s father, Richard. According to James, the two brothers differed greatly in character. In many respects, Richard was the opposite of the flamboyant Ian: quieter by nature and far less interested in the luxury, status and reputation so often associated with his brother. Looking at Ian Fleming through this family context creates a more personal and human portrait of the writer behind James Bond.
This personal aspect also comes across particularly well when James recalls reading his uncle’s letters. In Fergus Fleming’s collection The Man with the Golden Typewriter, he gained a much fuller impression of Ian as both a writer and a letter writer. For James, the experience was something of a revelation. In Ian Fleming’s tone, choice of words and sentence structure, he could sometimes recognise the voice of his own father.
“Ik kan het niet precies uitleggen. Ik kan alleen zeggen dat ik in de opgewekte toon, de woordkeuze en zelfs de manier waarop de zinnen waren opgebouwd, soms had kunnen zweren dat ik mijn vader hoorde spreken.”
James Fleming
“I cannot be exact. I can say only that in their general cheerfulness, in the choice of words, even in the shape of the sentences, I could sometimes have sworn it was my father speaking.”
James Fleming
Het is een klein, maar veelzeggend detail. Familiegelijkenis hoeft immers niet altijd zichtbaar te zijn. Soms zit die in taal, humor of de manier waarop iemand zich uitdrukt. Voor de lezer vormt dit een interessante aanvulling op de duizenden pagina’s die inmiddels over Ian Fleming zijn geschreven. Hier is niet de biograaf aan het woord die Fleming van een afstand probeert te analyseren, maar een familielid dat in zijn geschreven woorden plotseling iets vertrouwds herkent.
It is a small but telling detail. Family resemblance does not always have to be visible. Sometimes it can be found in language, humour or the way someone expresses themselves. For the reader, this provides an interesting addition to the thousands of pages that have by now been written about Ian Fleming. Here, it is not a biographer analysing Fleming from a distance, but a family member who suddenly recognises something familiar in his written words.


Geen nieuwe Bond-mythologie
Wie op zoek is naar spectaculaire verhalen over het ontstaan van James Bond, zal in My Uncle Ian bedrogen uitkomen. James Fleming probeert geen nieuwe Bond-mythologie te creëren en het pamflet staat evenmin vol met onthullingen over de boeken of films. Juist daarin schuilt een van de sterke punten van de uitgave: Fleming richt zich vooral op Ian als mens en als familielid. Daardoor leest My Uncle Ian minder als een biografie en meer als een persoonlijke herinnering aan een oom. De Bond-liefhebber wordt even uit de wereld van 007 gehaald en krijgt de kans om Ian Fleming vanuit een familieperspectief te bekijken. Dat levert een ander en vooral menselijker beeld op van de schrijver die we zo goed denken te kennen.
De keuze om My Uncle Ian op te nemen in het speciale nummer van The Book Collector uit 2017 is dan ook bijzonder passend. Ian Fleming richtte het tijdschrift in 1952 op, hetzelfde jaar waarin hij Casino Royale schreef. Zijn belangstelling voor boeken en het verzamelen ervan vormde een belangrijk, maar minder bekend onderdeel van zijn leven. Ook James Fleming zou later nauw bij The Book Collector betrokken raken. Hij werd eigenaar van het tijdschrift en vervolgens redacteur. Daarmee werd de band tussen de publicatie en de familie Fleming opnieuw aangehaald. Dat geeft My Uncle Ian achteraf een extra betekenis. Het is niet alleen een persoonlijke herinnering van een neef aan zijn beroemde oom, maar ook een document binnen de geschiedenis van een tijdschrift dat Ian Fleming zelf oprichtte.
Een kleinood voor verzamelaars
Ook de uitvoering maakt de uitgave interessant voor verzamelaars. De Queen Anne Press-editie verscheen in 2017 in een beperkte oplage van slechts 125 genummerde exemplaren, gesigneerd door James Fleming en zijn broer Fergus. De uitgave heeft zwarte vilten omslagen met een papieren label en werd typografisch gedrukt in Monotype Fournier.
Die vormgeving past uitstekend bij het onderwerp. Het is geen uitbundige commerciële uitgave, maar een ingetogen bibliografisch object dat vooral de liefde voor het boek en het gedrukte woord uitstraalt. Met slechts enkele pagina’s tekst is het nadrukkelijk geen boek in de traditionele zin. Het is eerder een zorgvuldig vormgegeven persoonlijke herinnering die tegelijkertijd een bijzondere plaats inneemt als verzamelobject.
De geringe omvang doet echter niets af aan de waarde van de inhoud. Integendeel. Juist doordat James Fleming zich beperkt tot zijn eigen herinneringen, krijgen de kleine observaties en persoonlijke details extra betekenis.
No new Bond mythology
Anyone looking for spectacular stories about the creation of James Bond may find little of that in My Uncle Ian. James Fleming does not attempt to create a new Bond mythology, nor is the pamphlet filled with revelations about the books or films. That is precisely where one of the strengths of the publication lies. Fleming focuses primarily on Ian as a person and as a member of the family. As a result, My Uncle Ian feels less like a biography and more like a personal recollection of an uncle. The Bond enthusiast is briefly taken out of the world of 007 and given the opportunity to look at Ian Fleming from a family perspective. It offers a different, and above all more human, portrait of the writer we think we know so well.
The decision to include My Uncle Ian in the special 2017 issue of The Book Collector is therefore particularly fitting. Ian Fleming founded the magazine in 1952, the same year in which he wrote Casino Royale. His interest in books and collecting was an important, but lesser-known, part of his life. James Fleming would later become closely involved with The Book Collector himself. He became the owner of the magazine and subsequently its editor, strengthening the connection between the publication and the Fleming family once again. This gives My Uncle Ian an added significance in retrospect. It is not only a nephew’s personal recollection of his famous uncle, but also a document within the history of a magazine founded by Ian Fleming himself.
A small treasure for collectors
The physical presentation also makes the publication particularly appealing to collectors. The Queen Anne Press edition was published in 2017 in a limited run of just 125 numbered copies, signed by James Fleming and his brother Fergus. The edition features black felt-covered boards with a paper label and was typographically printed in Monotype Fournier.
The design suits the subject perfectly. It is not an elaborate commercial Bond publication, but a restrained bibliographical object that reflects a genuine appreciation for books and the printed word. With only a few pages of text, it is certainly not a book in the traditional sense. Rather, it is a carefully produced personal recollection that also has a special place as a collector’s item.
Its modest size, however, does nothing to diminish the value of its contents. Quite the opposite. Because James Fleming confines himself to his own memories, the small observations and personal details carry greater weight.


Sinds het verschijnen van My Uncle Ian heeft de uitgave bovendien een extra betekenis gekregen. James Fleming overleed in november 2024, op 80-jarige leeftijd. Hij was jarenlang verbonden aan The Book Collector en speelde een belangrijke rol bij het terugbrengen van het tijdschrift naar de Fleming-familie. Daarmee is het pamflet inmiddels ook een herinnering aan de auteur zelf. Wanneer je My Uncle Ian vandaag leest, hoor je niet alleen James Fleming vertellen over zijn beroemde oom. Je leest ook het verhaal van iemand die zelf een belangrijke rol heeft gespeeld in het bewaren van de literaire nalatenschap van de familie Fleming. Dat geeft de uitgave een extra laag die bij het oorspronkelijke verschijnen nog niet op dezelfde manier aanwezig was.
De man achter de mythe
My Uncle Ian is geen uitgebreide biografie en pretendeert dat ook niet te zijn. Het is een korte, persoonlijke en opvallend warme herinnering aan Ian Fleming, geschreven door iemand die hem als familielid kende. De kracht zit vooral in de intimiteit. James Fleming laat de lezer even achter de façade van de wereldberoemde schrijver kijken. Ian Fleming wordt hier niet alleen de bedenker van James Bond, maar vooral een oom, broer en familielid.
Voor de doorsnee Bond-liefhebber is het pamflet misschien wat specialistisch. Voor verzamelaars en voor iedereen die geïnteresseerd is in de persoon achter de schrijver is het echter een bijzondere aanvulling. De fraaie Queen Anne Press-uitvoering, de zeer beperkte oplage en de handtekeningen van James en Fergus Fleming maken het bovendien tot een aantrekkelijk verzamelobject.
Since the publication of My Uncle Ian, the pamphlet has acquired an additional significance. James Fleming died in November 2024, aged 80. He had been associated with The Book Collector for many years and played an important role in bringing the magazine back into the Fleming family. The pamphlet has therefore also become a reminder of its author.
When reading My Uncle Ian today, we are not only hearing James Fleming recount his memories of his famous uncle. We are also reading the reflections of someone who himself played an important role in preserving the literary legacy of the Fleming family. This gives the publication an additional layer of meaning that was not present in quite the same way when it first appeared.
The man behind the myth
My Uncle Ian is not an extensive biography, nor does it pretend to be one. It is a short, personal and remarkably warm recollection of Ian Fleming, written by someone who knew him as a member of his own family. Its greatest strength lies in its intimacy. James Fleming allows the reader a brief glimpse behind the façade of the world-famous writer. Here, Ian Fleming is not simply the creator of James Bond, but an uncle, a brother and a member of a family.
For the casual Bond enthusiast, the pamphlet may be somewhat specialised. For collectors, and for anyone interested in the man behind the writer, however, it is a particularly worthwhile addition. The handsome Queen Anne Press edition, its very limited print run and the signatures of James and Fergus Fleming also make it an appealing collector’s item.

James Fleming
(1944 – 2024)