Er zijn maar weinig mensen die kunnen zeggen dat ze gedurende meer dan vijftig jaar deel hebben uitgemaakt van de wereld van James Bond. Stefan Zürcher kan dat wel. Sterker nog: zijn naam is verbonden aan enkele van de meest spectaculaire scènes uit de reeks, terwijl hij voor het grote publiek vrijwel onbekend is gebleven.
Samen met auteur Roland Schäfli kijkt Zürcher terug op een filmcarrière die begon met On Her Majesty’s Secret Serviceen hem uiteindelijk bij negen Bond-films zou brengen. In die jaren was hij onder meer stuntman, stuntdouble, location manager, production manager en assistant director. Een indrukwekkend cv, maar het zijn vooral de verhalen die daarachter schuilgaan die dit boek zijn waarde geven.
Het begon met Bond in de sneeuw
In 1968 was Zürcher 23 jaar oud en een ervaren skiër. Toen de productie van On Her Majesty’s Secret Service op zoek was naar mensen die zich onder de zware omstandigheden in de Zwitserse Alpen konden redden, kwam hij in beeld. Dat moet achteraf gezien een merkwaardig moment zijn geweest. Een jonge Zwitserse skiër die zich aansluit bij een filmproductie rond een Britse geheim agent, zonder te kunnen weten dat die klus het begin zou worden van een carrière van meer dan een halve eeuw.
Juist de verhalen over die eerste Bond-film behoren tot de leukste passages van het boek. De opnamen in de Alpen waren allesbehalve eenvoudig. De bergen waren geen gecontroleerde filmstudio en het weer werkte niet bepaald mee aan de planning. Sneeuw, ijs, mist en hoogte bepaalden voor een groot deel wat er op een bepaalde dag wel of niet mogelijk was. Voor de kijker zijn de skiscènes uit On Her Majesty’s Secret Service inmiddels vertrouwd. Zürcher laat je echter nadenken over wat ervoor nodig was om ze te maken.
Een andere manier van naar Bond kijken
Dat is misschien wel de grootste verdienste van het boek. Zürcher schrijft niet vanuit het perspectief van de ster, maar vanuit dat van iemand die ervoor moest zorgen dat de ster op het juiste moment op de juiste plaats stond. Dat verschil is belangrijk.
Bij een Bond-film zien we uiteindelijk een paar minuten spectaculaire actie. Wat we niet zien, zijn de dagen of soms weken van voorbereiding die eraan voorafgingen. De camera moet op de juiste plek staan, de stunt moet veilig kunnen worden uitgevoerd, het weer moet meewerken en tientallen mensen moeten precies weten wat ze moeten doen.
Zürcher zat midden in die wereld. Zijn verhalen maken duidelijk dat veel van de scènes die wij tegenwoordig als vanzelfsprekend beschouwen, in werkelijkheid behoorlijk riskant waren. De techniek was niet zo ver ontwikkeld als nu en veel effecten moesten daadwerkelijk voor de camera worden uitgevoerd. Er was weinig ruimte voor een tweede poging wanneer iemand zich op een berghelling bevond. Dat geeft sommige bekende scènes achteraf een heel andere lading.
Van Lazenby tot Brosnan
Na On Her Majesty’s Secret Service verdween Zürcher niet uit de Bond-wereld. Integendeel. Hij zou in verschillende functies betrokken blijven bij producties als The Spy Who Loved Me, A View to a Kill, The Living Daylights, GoldenEyeen verschillende latere films. Het leuke is dat hij daarbij steeds andere kanten van het vak leert kennen.
Hij is niet uitsluitend de man die een stunt uitvoert. Naarmate zijn carrière vordert, krijgt hij ook meer verantwoordelijkheid voor locaties en de organisatie van producties. Daardoor verandert ook zijn blik. Waar hij aanvankelijk vooral bezig is met skiën en stuntwerk, krijgt hij later een veel beter beeld van wat er nodig is om een complete filmproductie draaiende te houden. Dat maakt zijn verhaal interessanter dan een verzameling stuntverhalen. Hij heeft immers verschillende generaties Bond-films meegemaakt en zag de werkwijze binnen de franchise veranderen.
De berg is geen filmdecor
Een van de dingen die na het lezen van het boek blijft hangen, is hoe weinig controle een filmploeg in de bergen eigenlijk heeft. Op een geluidsstudio kun je het licht veranderen, een decor verplaatsen of een scène opnieuw opnemen. Op een berg werkt dat anders. De omstandigheden veranderen voortdurend. Een heldere ochtend kan binnen korte tijd omslaan in mist. Sneeuw kan veranderen in ijs en een locatie die op papier perfect lijkt, kan in werkelijkheid nauwelijks bereikbaar zijn.
Zürcher vertelt over zulke situaties zonder er een spannend jongensboek van te willen maken. Dat werkt juist goed. Hij schrijft vanuit ervaring en lijkt soms bijna verbaasd over het feit dat bepaalde gebeurtenissen achteraf zo spectaculair klinken. Een mooi voorbeeld is een incident tijdens de opnamen van The Spy Who Loved Me, waarbij een deel van de crew door plotselinge mist van de rest werd afgesneden. Uiteindelijk moesten enkele crewleden zelfs de nacht in een iglo doorbrengen. Het klinkt als een scène uit een Bond-film. Het was gewoon een werkdag.
Niet alleen Bond
Hoewel de titel anders doet vermoeden, gaat In the Secret Service of James Bond niet uitsluitend over 007. En dat is maar goed ook. Zürcher werkte gedurende zijn carrière aan een groot aantal andere producties. Zo was hij stuntdouble voor Robert Redford in Downhill Racer en werkte hij mee aan films als Willy Wonka & the Chocolate Factory en Cabaret.
Die verhalen geven het boek een bredere context. Je krijgt niet alleen een kijkje in de Bond-industrie, maar ook in de manier waarop grote filmproducties in de jaren zestig, zeventig en tachtig werden gemaakt. Dat is misschien wel een van de redenen waarom het boek ook interessant blijft wanneer je even niets over Bond leest.
De charme zit in de details
Wie vooral op zoek is naar nieuwe informatie over de Bond-films, zal ongetwijfeld veel herkennen. De grote lijnen van de producties zijn inmiddels uitgebreid beschreven in talloze boeken. De kracht van Zürchers verhaal zit daarom niet zozeer in de grote feiten, maar in de details.
Wie stond waar? Hoe kwamen mensen op een bepaalde locatie? Wat gebeurde er wanneer het weer omsloeg? Hoe werd een stunt voorbereid? En hoe was het eigenlijk om daar als jonge skiër tussen mensen als George Lazenby en Diana Rigg te staan? Dat soort vragen maken het boek levendig.
Zürcher was bovendien vaak aanwezig op plaatsen waar fotografen van de officiële productie niet noodzakelijkerwijs kwamen. Daardoor krijg je een andere blik op bekende films. Geen geposeerde publiciteitsfoto’s, maar beelden van mensen die aan het werk zijn, wachten, overleggen of simpelweg proberen warm te blijven. Dat klinkt misschien niet spectaculair, maar juist daarin zit de charme.
Een persoonlijke geschiedenis
In the Secret Service of James Bond voelt daardoor eerder als het terugkijken van een ervaren filmveteraan dan als een poging om het definitieve verhaal van James Bond te vertellen. Dat is een verstandige keuze. Zürcher pretendeert nergens dat zijn herinneringen de enige waarheid zijn. Hij vertelt wat hij heeft meegemaakt en hoe hij bepaalde gebeurtenissen heeft ervaren. Roland Schäfli weet daar een toegankelijk verhaal van te maken, zonder dat het een zwaar autobiografisch boek wordt.
Het voorwoord van Barbara Broccoli is daarbij een mooie toevoeging. Zij kent Zürcher al lange tijd en benadrukt hoe verschillende mensen dezelfde gebeurtenis op verschillende manieren kunnen herinneren. Dat past eigenlijk perfect bij dit boek. Het gaat immers niet om de officiële geschiedenis van Bond. Het gaat om de herinneringen van iemand die erbij was.
Een boek voor de liefhebber
Met 240 pagina’s en 375 foto’s is In the Secret Service of James Bond bovendien een aantrekkelijk uitgevoerd boek. De foto’s zijn niet alleen bedoeld om de pagina’s op te vullen, maar ondersteunen het verhaal en geven een goed beeld van de wereld waarin Zürcher zijn werk deed. Toch is dit niet het soort Bond-boek dat je koopt vanwege een enorme hoeveelheid nieuwe trivia. Wie iedere locatie, acteur en filmtitel al meerdere keren heeft bestudeerd, zal waarschijnlijk niet op iedere pagina iets nieuws ontdekken. Daar staat iets anders tegenover.
Je krijgt een perspectief dat in veel Bond-boeken ontbreekt. De aandacht gaat niet uit naar de Aston Martins, gadgets of premières, maar naar de mensen die ervoor moesten zorgen dat Bond überhaupt van die berg af kwam. En dat perspectief is verrassend verfrissend.
Conclusie
In the Secret Service of James Bond is vooral het verhaal van een man die op het juiste moment op de juiste plaats terechtkwam en vervolgens nooit meer helemaal uit de filmwereld verdween. Van de sneeuwvelden van On Her Majesty’s Secret Service tot de actiescènes van GoldenEye: Stefan Zürcher stond vaak letterlijk daar waar het gevaar begon. Hij werkte met verschillende Bond-acteurs, verschillende regisseurs en verschillende generaties filmploegen, maar bleef ondertussen grotendeels buiten de schijnwerpers. Misschien maakt juist dat zijn verhaal zo boeiend.
We kennen de namen van de acteurs. We kennen de films en kunnen veel scènes bijna beeld voor beeld navertellen. Maar de mensen die ervoor zorgden dat die scènes konden worden opgenomen, kennen we vaak niet. Zürcher geeft die mensen een gezicht. En wanneer je na het lezen van In the Secret Service of James Bond opnieuw naar een skiscène uit On Her Majesty’s Secret Service of The Spy Who Loved Me kijkt, is de kans groot dat je niet alleen meer naar James Bond kijkt. Je vraagt je ook af hoe ze die scène in hemelsnaam hebben weten te filmen.
Ontdek meer van Bondesque Magazine
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.